U bent hier

Protocollen en werkinstructies

Bij de eerste stap staat kwaliteit hoog in het vaandel. Dit betekent, dat wij onze handelswijze hebben vastgelegd in protocollen en werkinstructies. Hierdoor handelt al het personeel bij de eerste stap op eenzelfde manier.

Een aantal van deze protocollen staan onderstaand kort beschreven.

Calamiteiten, veiligheid, gezondheid en preventie

Op iedere locatie ligt een calamiteitenplan. Er wordt jaarlijks een calamiteitenoefening gehouden. Daarnaast worden er risico inventarisaties (RIE) gehouden en maatregelen getroffen om de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk te waarborgen en de risico’s te beperken. De gezondheidsregels worden in huisregels voor kinderen, ouders en medewerkers opgesteld. De GGD toets jaarlijks de RIE en het plan van aanpak.

Voedselhygiëne en gezondheid

De Wet op de Productaansprakelijkheid bepaalt dat de eerste stap verantwoordelijk is voor het verstrekken van een veilig product (zoals eten en drinken) aan de kinderen. De Warenwet (waarin de hygiëne code voor kinderdagverblijven is opgenomen) bepaalt in aansluiting hierop dat de eerste stap een zodanig systeem voor voedsel hygiëne hanteert dat tijdens alle fases van het voedsel proces er op een hygiënische verantwoorde manier wordt gewerkt. Om een gezonde omgeving te kunnen realiseren zijn naast de schoonmaakroosters ook regels nodig waaraan kinderen, ouders en medewerkers zich houden.

Voeding

Binnen de eerste stap hanteren we een beleid waarbij toegevoegde suikers en vetten in voeding zoveel mogelijk vermeden worden. Uiteraard houden wij ook rekening met allergieën bij kinderen. In het protocol voedsel hebben wij opgenomen welke voedingsmiddelen dagelijks zijn toegestaan en welke voedingsmiddelen bij uitzondering, zoals iets extra´s tijdens de vakanties.

Ontwikkelingsproblemen bij kinderen en het welbevinden van kinderen

De eerste stap maakt voor alle kinderen gebruik van het instrument Kijk! (kindvolgsysteem). Binnen de kinderopvang en de peuterspeelzaal volgen de pedagogisch medewerkers  het welbevinden en de ontwikkeling van de kinderen. Binnen de buitenschoolse opvang wordt vooral het welbevinden en het sociaal competent gedrag gevolgd. In de  groepsoverleggen, bespreken pedagogisch medewerkers samen met de manager de ontwikkeling van de kinderen. Mochten er signalen zijn van ontwikkelingsproblemen bij een kind dan gaan wij hierover in gesprek met de ouders.

Jaarlijks houden wij een enquête onder de 8+kinderen. Hierin vragen we naar hun ervaringen op de BSO, hoe ze het vinden op de BSO en wat ze anders zouden willen zien. Hiervan kunnen wij leren en indien gewenst aanpassingen doorvoeren.

Kindermishandeling

Kindermishandeling komt overal voor. Kindermishandeling is een ernstig  probleem. Kinderen  die mishandeld worden  hebben recht  op hulp. En liefst zo vroeg mogelijk. De schade kan dan beperkt blijven. Kinderopvang is bij uitstek een plaats waar (een vermoeden van) kindermishandeling gesignaleerd kan worden. 

Kindercentra dragen een eigen  verantwoordelijkheid  voor het signaleren van  kindermishandeling en voor het ondernemen van actie na het signaleren. De signalen moeten worden doorgegeven aan de instanties die hulp kunnen bieden aan het gezin. De pedagogisch medewerkers en de managers hebben hierin een duidelijke taak. Zij zien de kinderen  regelmatig en kunnen opvallend of afwijkend gedrag signaleren. Nadat zij signalen hebben opgemerkt is het ook hun taak actie te ondernemen aan de hand van de meldcode. Hiervoor hanteert de eerste stap de landelijke meldcode huiselijk geweld.

Greenlabel
Calibris
 
Het beterboek